De moeder werd ervan verdacht dat zij niet op tijd medische hulp had ingeschakeld, met het overlijden van haar dochter als tragisch gevolg. De verdachte geeft zelf toe dat zij destijds een verkeerde inschatting heeft gemaakt, door de longontsteking aan te zien voor griep. Niet elke fout is echter voldoende voor een veroordeling voor dood door schuld. Daarvoor moet in het strafrecht sprake zijn van ‘aanmerkelijk onvoorzichtigheid of nalatig handelen’. De rechtbank acht de inschattingsfout van de verdachte niet zo groot, dat daarvan kan worden gesproken.
De omstandigheden
De dochter die bij haar moeder thuis woonde, was gehandicapt en leed aan epilepsie. Zij had zeer geregeld afwezigheden en aanvallen die wisselden in hevigheid en met medicatie niet goed onder controle waren te krijgen. De verdachte had voor de intensieve zorg voor haar dochter een goedlopend netwerk georganiseerd met onder meer PGB’ers, een ergotherapeut, kinderfysiotherapeut en logopedie. Zij stimuleerde haar dochter in haar ontwikkeling en wilde haar een zo zelfstandig mogelijk leven geven. Zo was zij bezig haar woning voor haar dochter toekomstbestendig te maken.
Wat is er gebeurd?
Op zaterdagmorgen 27 maart 2021 belt verdachte 112 om met spoed medische hulp te krijgen voor haar dochter. Reanimatiepogingen van ambulancepersoneel kunnen het overlijden van het meisje niet voorkomen. De forensisch arts die ter plaatse komt, meet twee uur na overlijden een lichaamstemperatuur van 42,2 graden Celsius. De patholoog concludeert dat de oorzaak van overlijden een ernstige dubbelzijdige longontsteking is.
Politieonderzoek
Er volgt een politieonderzoek naar het handelen van de moeder. Vanaf het allereerste begin geeft zij volledige openheid van zaken. Zij erkent dat haar dochter in de dagen voor haar overlijden verhoging had. Die daalde na het geven van paracetamol. Dit wordt ook bevestigd door een getuige. In de nacht van vrijdag 26 maart 2021 op zaterdag 27 maart 2021 slaapt de verdachte naast haar dochter. Zij controleert haar temperatuur door aan haar te voelen en die voelt hetzelfde als haar eigen temperatuur. Op zaterdagochtend vindt de verdachte het verantwoord om beneden ontbijt te maken. Als zij na ongeveer een half uur weer naar haar dochter gaat, ziet zij dat het ernstig mis is en slaat direct alarm.
De dagen voorafgaand aan het overlijden
Van 22 maart 2021 tot en met 26 maart 2021 zijn de ergotherapeut, twee PGB’ers, de oma en haar partner, en een vriendin van de verdachte bij verdachte en haar dochter thuis geweest. Zij hebben allemaal verklaringen afgelegd en met uitzondering van één getuige die er op dinsdag en donderdag was en het meisje met haar telefoon heeft gefilmd, spreekt niemand van een zorgwekkende situatie die medisch ingrijpen vereiste. De getuige die de vrijdag voor overlijden een paar uur heeft opgepast, verklaarde dat het meisje warm aanvoelde, maar niet abnormaal of alarmerend.
Deskundigen
De filmpjes die de getuige heeft gemaakt, zijn bekeken door leerkrachten van school. Zij geven aan dat het meisje dit beeld wel vaker liet zien. Een deskundige neuroloog en een oud-huisarts rapporteren dat het beeld dat op de korte filmpjes te zien is, vergelijkbaar is met epileptische aanvallen en de toestand daarna. De huisarts ziet op de beelden niets anders dan wat je bij een kind met epilepsie zou kunnen verklaren. De neuroloog ziet verschillende epileptische aanvallen en een verlaagd bewustzijn, waarschijnlijk op basis van de aanvalsactiviteit, maar een verlaagd bewustzijn op basis van algemeen ziek zijn sluit hij ook niet uit. De rechtbank komt tot de conclusie dat datgene wat op de filmpjes is te zien een gebruikelijk beeld van het meisje laat zien dat hoorde bij haar problematiek. Daarbij komt dat symptomen van een ernstige longontsteking bij een epilepsiepatiënt moeilijker herkenbaar kunnen zijn, juist omdat de symptomen van een longontsteking zo lijken op een status na een epilepsie-aanval.
Schuld?
De rechtbank komt op basis van alle informatie in het dossier niet tot het oordeel dat het voor de verdachte op een eerder moment duidelijk moet zijn geweest dat haar dochter doodziek was en in acuut levensgevaar verkeerde. Zij had haar naar eigen zeggen in ergere toestanden meegemaakt. Achteraf - met de kennis van nu over de aanwezigheid van een longontsteking - spreekt het voor zich dat zij eerder medische hulp had moeten inschakelen. Zoals ook tijdens de rechtbankzitting is gebleken, verwijt zij dit zichzelf in hoge mate.

15.0 ℃






































