LANDGRAAF - De verdachten hebben enkel oog gehad voor hun eigen financiële gewin. Dat zij hun gezin hiermee ook in gevaar hebben gebracht, lijkt iets waar zij totaal geen rekening mee hebben gehouden. De handel in verdovende middelen is immers geen reguliere handel met normale omgangsvormen, ook intimidatie en geweld worden niet geschuwd”, aldus de officier van justitie in haar requisitoir. Voor de rechtbank in Maastricht stonden vandaag een man (46) en een vrouw (46) uit Landgraaf terecht. Het Openbaar Ministerie Limburg (OM) verdenkt het stel van handel in verdovende middelen en eiste celstraffen tot drie jaar.

Het strafrechtelijk onderzoek gaat in maart 2025 van start als er informatie van een getuige binnenkomt bij de politie. Bij de doorzoeking van de woning van de verdachten werden grote hoeveelheden verdovende middelen aangetroffen. De officier van justitie: “11 kg cocaïne en 1,5 MDMA vertegenwoordigen een zeer hoge financiële waarde. Het gegeven dat zij deze hebben kunnen bekostigen geeft aan, dat ze niet pas enkele dagen bezig waren, maar dat de handel al enige tijd moet hebben gefloreerd.”

Deal- en Telegramberichten

De man verklaart dat hij enkel een onbekende persoon een dienst heeft verleend door een voorraad verdovende middelen te ‘stashen’ voor slechts 500 euro. Uit politieonderzoek blijkt echter dat de verdachte zelf degene was die handelde in harddrugs. Dit wordt bevestigd in dealberichtjes, Telegramberichten, verpakkingsmateriaal in de woning en een onverklaarbaar hoog geldbedrag dat in de woning wordt aangetroffen. Uit al deze omstandigheden blijkt dat de verdachte zelf op grote schaal bezig was met de handel in verdovende middelen en dat hij niet enkel een rol vervulde als bewaarder van de verdovende middelen. De man blijft volgens het OM tegen beter weten in afschuiven op de onbekende personen. Ook de vrouw blijft tegen beter weten in ontkennen dat zij hier wetenschap van had.

Gezamenlijke uitvoering

Volgens het OM gelden voor de vrouwelijke verdachte in deze zaak dezelfde verdenkingen. “De verdachten hebben in hun gezamenlijke woning, met wetenschap van elkaar en toegankelijk voor hun allebei, verdovende middelen in hun woning opzettelijk aanwezig gehad. Gelet op deze gezamenlijke uitvoering is er dan ook sprake van medeplegen”, lichtte de officier van justitie toe.

Strafeis

Naast de uitkeringen hebben de verdachten door de handel in drugs volgens de visie van het OM flink bijverdiend. Gelet op de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn gepleegd eiste het OM tegen de man drie jaar gevangenisstraf waarvan zes maanden voorwaardelijk. Tegen de vrouwelijke verdachte eiste het OM tweeënhalf jaar gevangenisstraf waarvan tien maanden voorwaardelijk. Beide met een proeftijd van drie jaar. Daarnaast vorderde het OM ook om het wederrechtelijk verkregen voordeel terug te betalen ter hoogte van ruim 270.000 euro.

De rechtbank doet over 2 weken uitspraak in de zaak.